CORRE
LA LICORNE
Tijdens de oorlog verbleef Ettore Bugatti in zijn Parijse appartement aan de Rue Boissière 20, dat hij sinds 1916 bezat en dat het administratieve hoofdkwartier van zijn bedrijf werd. Hij hield ook zijn atelier aan de rue du Débarcadère, in de buurt van Porte Maillot, en zijn kleine scheepswerf in Maisons Laffitte, twee locaties waar een paar werknemers werden aangesteld. Hoewel zwaar gekneusd door de reeks ongelukkige gebeurtenissen die hij zojuist had ondergaan, was de grenzeloze verbeeldingskracht van Ettore Bugatti niet opgedroogd en gedurende deze periode zag hij een veelvoud aan zeer diverse projecten: motoren voor boten, vliegtuig of bromfiets, speciale werktuigmachines, etc.

Bugatti heeft de banden met de auto niet volledig verbroken. In 1941 kocht hij de gebouwen van La Licorne uit Courbevoie en kocht de meerderheid van de aandelen en bouwde in de La Licorne fabriek in Neuily Bugatti motoren en twee nieuwe naoorlogse modellen, typen 68 en 73. De panden waren aan het einde van de oorlog opgekocht door een gasleverancier. Op 30 december 1943 werd de fabriek getroffen door een bombardement waarbij een aantal medewerkers om het leven kwamen, waaronder de zoon van de directeur Gilbert Baudot. Na de oorlog zag de Licorne-fabriek zich genoodzaakt hun oude vooroorlogse motoren weer te plaatsen. Hier zaten consumenten echter niet meer op te wachten en hun laatste model, de ‘LSL 424 cabriolet’, die in 1948 op de autosalon te Parijs werd tentoongesteld, kwam dan ook niet meer in productie. Er rolden in 1949 weliswaar nog enkele auto’s de fabriek uit, maar toch ging La Licorne dat jaar failliet.

Waar de grotere merken na de oorlog geld van de overheid kregen om hun doorstart te kunnen maken, stonden de kleine merken met lege handen. De fabriek in Courbevoie werd door de gasleverancier verkocht aan Renault en is tot de dag van vandaag nog altijd in het bezit van Renault.
Periode BUGATTI in de LICORNE fabriek
We weten dat Ettore Bugatti de fabriek in Courbevoie had gekocht aan het begin van de tweede wereldoorlog en dat een deel van de uitrusting van Molshein zich bevindt in Parijs, Bordeaux, St Denis (La Fournaise) en Courbevoie (La Licorne)

In het boek Ettore Bugatti L'Artisan de Molsheim door Norbert Steinhauser deel 2 pagina 211 vinden we de tonnage van dit materiaal.
Terugkeer van expedities naar Molsheim, georganiseerd door het Air Ministry
St Denis en La Licorne: wagen met 15 wagens van 7 april 1948 tot 30 april 1948
Totaal tonnage van de 15 wagons 281.842 kg
gemiddeld gewicht per wagen 18.789 kg
Totale prijs van gratis vervoer 671.815 frcs

De transportkosten werden gedekt door het Air Ministry en de SNCF
Op de Autosalon van Parijs in oktober 1946 presenteerde Ettore Bugatti een kleine auto die hij tijdens de oorlog had getekend.

Het is het type 68, een tweezits wagen uitgerust met een viercilinder, 370 cc, 2 ACT, compressormotor en op de Autosalon van Parijs in 1947 toonde Bugatti het type 73, viercilinder 1500 cc, 1 ACT, gemonteerd op een klassiek chassis met starre assen, verkrijgbaar in 73A voor snel toeren en 73C 2 ACT eenzittercompetitie. Er wordt gedacht aan een kleine serie die in Licorne zou worden vervaardigd. Slechts vijf chassis zullen het daglicht zien.